De tien beste Nederlanders in de kleuren van Club Brugge: Lang in illuster rijtje

De tien beste Nederlanders in de kleuren van Club Brugge: Lang in illuster rijtje

Gepubliceerd: dinsdag 13 oktober 2020 om 20:00di 13-10-2020 om 20:00

Laatste update: donderdag 15 oktober 2020 om 09:00do 15-10-2020 om 09:00

Club Brugge kleurde op de laatste dag van de transfermarkt weer wat meer oranje. In extremis plukte het Noa Lang weg bij Ajax. De vleugelspeler treedt zo in de voetsporen van 27 andere Nederlanders die het blauw en zwart aantrokken, al deed de ene dat met meer succes dan de andere. VoetbalPrimeur.be stelt een eigenzinnige top-tien op met de beste Nederlanders die ooit voor Club uitkwamen.

10. Stefano Denswil
Bij Ajax stond Denswil van bij de jeugd te boek als één van de meer getalenteerde jongeren, maar in het A-elftal wilde het er nooit echt uitkomen. De linkspoot koos ervoor om zijn horizonten te verleggen richting Brugge. Daar viel hij in zijn eerste wedstrijden vooral op door slordig, wat arrogant verdedigen en door met (te veel?) lef uit te voetballen. Toch gaf Blauw-Zwart haar winteraanwinst niet op, want zijn kwaliteiten stonden buiten kijf.

Langzaamaan kreeg de technische staf, onder impuls van Michel Preud’homme, meer vat op hem. In de vier seizoenen erna groeide Denswil dan ook uit tot uitblinker én aanjager van de achterhoede. Af en toe stak zijn aangeboren nonchalance nog eens de kop op, maar in het merendeel van zijn optredens bleek hij secuur. Onze noorderbuur sloot zijn verblijf op Jan Breydel af met een titel en een beker in zijn prijzenkast en verkaste voor zo'n 6,5 miljoen euro naar Bologna FC.

9. Nico Rijnders
Een tragisch verhaal over een veel te vroeg overleden klasbak. Als breker op het middenveld maakte Rijnders sier bij Oranje en het grote Ajax, waarmee hij in 1970 zelfs de Europa Cup I binnenhaalde. Groot was de verbazing toen hij het jaar erop voor een overstap naar Club koos. Ook daar presteerde Rijnders sterk, tot hij in zijn tweede seizoen onderuit zakte op het veld van Club Luik. Hartfalen.

Michel D’Hooghe redde zijn leven na een kordate reanimatie. De twintiger bleek niet meer in staat tot topvoetbal en werd dan maar ingeschakeld als assistent-coach. Het mocht niet baten, helaas, want op amper 28-jarige leeftijd begaf zijn hart het definitief. Kwatongen beweren dat Ajax op het moment van zijn transfer al wist van zijn hartstoornissen.

8. Wietse Veenstra
We weten het niet met zekerheid, maar het geluksgetal van deze Veenstra zou wel eens elf kunnen zijn. Dat vormt namelijk een rode draad doorheen zijn actieve loopbaan. Nadat hij zich bij DVV Go Ahead had laten opmerken in de Eredivisie, sprong topclub PSV op de kar. In zijn debuutseizoen in Eindhoven was de kwieke aanvaller er meteen goed voor elf treffers. Het jaar erop voegde Veenstra er daar nog eens elf aan toe. Het wekte de aandacht van Club Brugge.

In de zomer van 1971 nam Blauw-Zwart hem over. Met succes, want ook nu prijkten na 28 wedstrijden … elf doelpunten achter zijn naam. Veenstra leek een sterkhouder in wording bij de Bruggelingen, maar het bestuur liet hem verrassend genoeg al vertrekken na één jaargang. Dat zou het zich beklagen, want in dienst van Racing White ontplofte de negenvoudige international pas helemaal. Het ambitieuze RWDM was er als de kippen bij om hem in te lijven, maar in Molenbeek fnuikte veelvuldig blessureleed het vervolg van Veenstra’s voetballeven. De historische titel die hij er mocht vieren, voelde enkel op papier goed aan.

7. Ryan Donk
Na een periode van zo’n vijftien jaar zónder Nederlander in de gelederen, knoopte Club in 2009 weer aan met die rijke traditie. Amsterdammer Donk kreeg de eer. De verdediger annex middenvelder had voordien indruk gemaakt bij AZ, maar zat na een mislukt avontuur bij West Bromwich Albion wat op een dood spoor. Daar maakte Club gretig gebruik van. Uiteindelijk zou de rijzige stilist vier jaar lang het mooie weer maken in Brugge.

Nochtans waren er in zijn eerste maanden enkele tegenvallers, waaronder een breuk in de voet en veelvuldig geschuif met zijn positie. Na een tijdje groeide Donk dan toch uit tot steunpilaar in de as van de achterhoede. Op begenadigde dagen was de mandekker haast onverzettelijk, een eigenschap die hij koppelde aan uitstekend voetenwerk. Jammer genoeg durfde het licht op tijd en stond ook eens uitgaan … De grootse toekomst die ooit voorspeld werd, vulde Donk nooit in: enkel in Turkije stak hij erbovenuit.

6. René Eijkelkamp
Onbehouwen en stuntelig, dat zijn eigenschappen die de wat oudere voetbalfan ongetwijfeld op de ranke Eijkelkamp plakt. Exemplarisch is een anekdote over zijn beginjaren in Nederland, toen de spits struikelde … over de middenlijn. Die was door de vorst enkele centimeters omhoog gekropen. Beter kan de stijl van onze noorderbuur niet omschreven worden. Toch vormde hij midden jaren ’90 een razend belangrijke schakel in het spel van Club Brugge.

De jaren voordien had Eijkelkamp furore gemaakt bij KV Mechelen, dat toen haar hoogconjunctuur beleefde. Hoewel er geen sluipschutter aan hem verloren was gegaan (in ons land klokte hij slechts één seizoen af op meer dan tien rozen), woog de zesvoudige Oranje-speler enorm op de achterhoede van de tegenstander. Als aanspeelpunt cijferde hij zichzelf weg in functie van fijnzinnigere ploeggenoten. Die instelling zou Eijkelkamp in de nadagen van zijn carrière nog bij PSV en Schalke 04 brengen.

5. Ronald Spelbos
In het spoor van succescoach Georg Kessler maakte Spelbos in 1982 zijn intrede in het Venetië van het Noorden. De spijkerharde verdediger heette een aanwinst van jewelste te zijn, aangezien hij voordien met AZ ’67 de Nederlandse landstitel én beker had veroverd. Bovendien sneuvelden zijn teamgenoten en hijzelf in 1981 pas in de finale van de UEFA Cup. Dat Spelbos in die periode 21 keer het oranje van de nationale ploeg mocht aantrekken, was een evidentie.

De ideale figuur om de defensie van Club vorm te geven, met andere woorden! Daarin slaagde Spelbos ook met verve. In zijn twee Brugse jaren was hij de leider achterin, al deed de Utrechtenaar meer dan dat. Hij toonde namelijk ook zijn bovenontwikkelde neus voor doelpunten. Liefst elf maal toverde Spelbos zijn naam op het scorebord, geen misselijke cijfers voor een centrale verdediger. Na twee geweldige jaren keerde hij terug naar zijn thuisland, om er voor Ajax te gaan voetballen.

4. Ruud Geels
Een goaltjesdief zoals Nederland er vele rijk was, al deed zijn stijl niet meteen oer-Hollands aan. De energieke Geels blonk immers voornamelijk uit in het luchtruim, wat hij vooral te danken had aan zijn enorme sprongkracht. Niet toevallig maakte de spits het merendeel van zijn doelpunten met het hoofd. Die kwaliteit mocht ook Club ervaren. Tussen 1972 en 1974 zette Geels er 28 keer de netten bol. In zijn maidenjaar had hij zo een belangrijk aandeel in de Brugse landstitel.

Dat doelpunten maken in zijn natuur zat, bewijzen de statistieken doorheen zijn gehele loopbaan. Zo wist Geels zich maar liefst vijf keer (!) tot topschutter van de Eredivisie te kronen. Balen dus dat hij niet langer in blauw-zwarte loondienst gevoetbald heeft. Wat de fans op Jan Breydel hem evenzeer kwalijk zullen nemen, is zijn tussendoortje bij … rivaal RSC Anderlecht. In het Astridpark verbleef Geels slechts één seizoen, maar daarin liet hij toch weer zijn neus voor de goal bewonderen: 25 stuks.

3. Robbie Rensenbrink
Een naam als een klok die natuurlijk lang geen inleiding meer behoeft. Technicus Rensenbrink staat te boek als één van de hoogvliegers uit de geschiedenis van het Belgische voetbal, voornamelijk dankzij zijn geweldige prestaties voor Anderlecht. Vooraleer de vleugelaanvaller de Brusselse harten veroverde, zette de minzame Amsterdammer zich op de kaart bij Club Brugge. Twee seizoenen in blauw en zwart leverden hem veel erkenning, één Beker van België én zijn welluidende bijnaam van ‘slangenmens’ op.

De klasse droop er namelijk vanaf bij Rensenbrink. Zijn versnellingen en dribbels waren onnavolgbaar, wat ook internationaal verdedigers tot wanhoop dreef. Ei zo na werd de linkspoot de held van de Nederlandse natie, ware het niet dat zijn poging in de WK-finale van 1978 op de paal strandde. Toen ene Constant Vanden Stock het bestuur van Club inruilde voor dat van Anderlecht, nam hij Rensenbrink vrolijk met zich mee. Het zou zomaar eens de beste transfer uit de historie van de club geweest kunnen zijn. Van Anderlecht dan, wel te verstaan.

2. Henk Houwaart
Nog zo’n Nederlander die bij alle generaties van Belgische voetbalfans een belletje doet rinkelen. In de eerste plaats zal de meerderheid zich een trainer met branie voor de geest halen. In zijn decennialange loopbaan passeerde Houwaart de reveu bij een waslijst aan clubs. Vanzelfsprekend behoorde de grote liefde uit Brugge daar ook toe, tussen 1984 en 1989. Daarin deed hij het lokale legioen kirren van plezier, niet alleen met enkele trofeeën, maar evenzeer met Europese mirakelzeges zoals tegen Borussia Dortmund.

Een mens zou haast vergeten dat Houwaart in zijn gouden jaren evenzeer een uitstekende voetballer was. In de schaduw van Rensenbrink streek de verdediger uit Den Haag op Olympia neer. Eigenlijk was het Club vooral om zijn landgenoot te doen, maar op de langere termijn zou Houwaart misschien wel meer betekend hebben. Als flamboyante leider van de Brugse achterlinie zette hij jarenlang de lijnen uit. Desondanks bleven de Nederlandse bondscoaches hem halsstarrig negeren.

1. Ruud Vormer
Wie anders dan Ruudje prijkt op nummer één? Toen de huidige aanvoerder van Blauw-Zwart medio 2014 zijn valiezen neerpootte in Brugge, had werkelijk niemand kunnen dromen welke rol hij de komende jaren zou vertolken. Vormer is niet meer of niet minder dan het uithangbord van de revival van Club. Met zijn tomeloze inzet, haarfijne voorzetten, slimme looplijnen en scherpe tong tilde hij het voetbal op Jan Breydel eigenhandig naar een hoger niveau.

In die zeven seizoenen stak een karrenvracht aan talent haar neus aan het venster, maar keer op keer behield Vormer al fluitend zijn vaste stek in het elftal. Onder Preud’homme, Ivan Leko of Philippe Clement: de Rotterdammer bleef steeds van goudwaarde. Zijn aandeel in de recente titeltriomfen valt niet te onderschatten. Begin 2018 werd Vormer daar ook individueel voor in de bloemetjes gezet, met de uitreiking van de prestigieuze Gouden Schoen. Hét Brugse gezicht van de periode 2010-2020!

Deze zeventien andere Nederlanders uit het rijke Club-verleden haalden de lijst niet: Acolatse, Amrabat, Barth, Booy, Carbo, Clasie, Danjuma, Galjé, Houtman, Immers, Nieuwenburg, Teuben, Van Rhijn, Van Wijk, Verhoosel, Vermeer, Verstraeten

Check hieronder samenvattingen, voetbalvirals en meer:

Poll

Wie vind jij de beste Nederlander ooit in loondienst van Club Brugge?

(417 stemmen)

Plaats een reactie

Bekijk het laatste nieuws