Rode Duivels met vreemde wortels: een geschiedenis van vooral succesverhalen

Rode Duivels met vreemde wortels: een geschiedenis van vooral succesverhalen

Gepubliceerd: maandag 12 oktober 2020 om 14:00ma 12-10-2020 om 14:00

Laatste update: maandag 12 oktober 2020 om 18:30ma 12-10-2020 om 18:30

De Rode Duivels staan nu al enkele jaren aan de top van het internationale voetbal. De sportieve successen vormen de basis voor hun enorme populariteit, maar ook het multiculturele aspect speelt een cruciale rol. Niet toevallig hebben enkele genaturaliseerde jongens meermaals geschitterd in ons rode shirt. VoetbalPrimeur.be maakt een overzicht van Duivels die de Belgische voetbalfan maar wat graag in de armen sloot.

Vlaming of Waal, wit of zwart, jong of oud, inheemse of uitheemse roots: anno 2020 kan zowat iedereen zich vereenzelvigen met de nationale ploeg. België kon in het recente verleden dan ook rekenen op heel wat talent van vreemde bodem. Dan denken we in de eerste plaats aan buitenlanders die de Belgische nationaliteit aannamen, maar evenzeer aan geboren Belgen die ook voor een andere interlandcarrière hadden kunnen kiezen. Zo werd ons voetbal tien (elf?) gerespecteerde internationals rijker.

Luis Oliveira (1992 - 31)*
Als tiener streek Oliveira neer bij RSC Anderlecht, waar hij in vier jaar tijd zijn bovengemiddelde neus voor doelpunten liet bewonderen. Toen de Braziliaan besloot om met een Belgische in het huwelijksbootje te stappen, wakkerde dat zijn droom om Rode Duivel te worden aan. Net wanneer de papiermolen in gang was gezet, klopte de Seleçao dan toch aan. Te laat, reageerde Oliveira, die in zijn geboorteland prompt werd afgeschilderd als verrader.

In de jeugdcategorieën was de goalgetter nochtans enkele keren voor Brazilië uitgekomen. De liefde voor zijn tweede vaderland bleek echter te zeer gegroeid. De Belgische fan kraaide van de pret, want Oliveira ontgoochelde zelden. Tussen ’92 en ’99 zette hij de netten zeven keer bol. Tussendoor maakte hij ook het calcio onveilig, onder meer in dienst van Fiorentina.

Josip Weber (1994 – 8)
Dat Josip al snel ‘Joske’ werd, bewijst dat het Belgische volk haar nieuwe aanvaller hartelijk ontving. De pijlsnelle Weber had zich voornamelijk bij Cercle Brugge geopenbaard als een doelpuntenmachine zonder weerga. Liefst 136 treffers maakte hij voor De Vereniging! Ondanks drie eerdere interlands voor Kroatië wilde Weber koste wat kost voor ons land uitkomen. In 1994 kreeg zijn aanvraag tot naturalisatie een positieve ontknoping. België dacht een kersverse topschutter gevonden te hebben, maar uiteindelijk stokte zijn teller al op acht selecties.

Daarin leverde Weber wel een prestatie voor de geschiedenisboeken af: tegen Zambië scoorde ‘Joske’ zowaar vijf keer. De ideale opwarmer met oog op het WK 1994. In de Verenigde Staten moest de nieuwkomer het eindstation worden van het omschakelvoetbal van Paul Van Himst. Dat die verduivelde Kurt Röthlisberger weigerde om een strafschop op hem te fluiten in de achtste finales tegen de Duitsers, zal voor altijd zijn opmerkelijkste wapenfeit blijven in het Duivelse shirt. Nadien zou Webers carrière zachtjesaan uitdoven. In 2017 overleed hij ten gevolge van prostaatkanker.

Goran Vidovic (1997 – 16)
Net als vele van zijn lotgenoten ontvluchtte Vidovic de woelige Balkan in het begin van de jaren ’90. Via Sankt-Gallen kwam de geboren Bosniër in 1992 in ons land terecht. In zijn eerste jaren op Belgische bodem was hij voornamelijk in de lagere regionen actief, bij KVK Tienen en Royal Capellen FC. Nadat Vidovic zich bij die laatste club tot topschutter wist te kronen, pikte Georges Leekens hem op.

Destijds was de latere bondscoach aan de slag bij Royal Excel Moeskroen. Vidovic kwam op Le Canonnier binnen met de adelbrieven van een vlotscorende aanvaller, maar Leekens vormde hem al snel om tot … mandekker. Dat bleek een gouden ingreep, waardoor hij het zelfs tot Rode Duivel schopte. Het is geen toeval dat Vidovic zijn interlands afwerkte toen Leekens aan het roer stond. Zo nam de omgeschoolde verdediger deel aan het belabberde WK in Frankrijk.

Branko Strupar (1999 – 17)
De volgende Balkan-boy uit het rijtje. Tijdens vijf prachtige jaren bij KRC Genk legde Strupar de ene na de andere bal in het mandje. Zijn doelpuntenproductie voor de mijnclub zou finaal stoppen op 108 treffers in 174 duels, goed voor een gemiddelde van ruim 60 procent. Die geweldige cijfers lieten de Belgische voetbalbond niet koud. Er werd stevig aan de mouw van Strupar getrokken, en die ging in ’99 overstag.

Het Duivelse legioen keek met spanning uit naar zijn debuut. Strupar loste de verwachtingen in: in zijn eerste wedstrijden voor de nationale ploeg toonde hij zich belangrijk, uiteraard in het bijzonder dankzij enkele doelpunten. Helaas, blessures zouden roet in het eten strooien. Zo viel zijn droomtransfer naar de Premier League (Derby County) deels in het water en verdween Strupar ook bij de Duivels vrij snel uit beeld.

Gabi Mudingayi (2003 – 17)
Vaak vergeten, maar er was een periode waarin deze Mudingayi zowaar één van de steunpilaren heette te zijn van de Rode Duivels. Het had anders kunnen lopen, want de middenvelder werd geboren in Kinshasa, in het toenmalige Zaïre. Als jongeling verhuisde hij met zijn familie naar Brussel. Daar schotelde Union Saint-Gilloise hem een jeugdopleiding én contract in het eerste elftal voor. Na zijn debuut geraakte zijn loopbaan razendsnel van de grond.

KAA Gent pikte Mudingayi op en vormde een tussenstation voor een toekomst in Italië. Via de Serie B klom de bonkige controleur op naar topclubs als SS Lazio en Internazionale. In de huidige tijdsgeest is zo’n cv haast normaal voor een Belgische voetballer, maar begin jaren 2000 werden zulke spelers meteen tot potentiële sterkhouders van de Rode Duivels gebombardeerd. Die status kon hij als waterdrager zelden waarmaken, al was Mudingayi in de (mislukte) voorronde voor het EK 2008 wel een vaste waarde.

Marouane Fellaini (2007 – 84)
Ongetwijfeld de meest succesrijke der ‘nieuwe’ Rode Duivels. Het verhaal van Fellaini leest natuurlijk anders dan dat van zijn voorgangers. De rijzige middenvelder werd ‘gewoon’ geboren in Etterbeek, met een Belgisch paspoort, en kwam dus altijd al in aanmerking om tot de nationale ploeg door te stoten. Toch slaat zijn hart als tiener sneller voor Marokko, waar de roots van zijn ouders liggen. Bij de jeugd komt Fellaini zelfs geregeld uit voor de selecties van De Leeuwen van de Atlas.

Wanneer bondscoach Fatih Jamal het talentvolle Standard-product op achttienjarige leeftijd bij de Marokkaanse A-ploeg haalt, lijkt het Belgische kalf verzopen. Of toch niet! Na enkele trainingen oordeelt Jamal dat Fellaini niet bij zijn spelstijl past en ‘meer het profiel heeft voor het Belgische voetbal’. Lees: hij is niet goed genoeg. Een kemel van jewelste! In dienst van de Rode Duivels wordt Fellaini veelvuldig international, neemt hij deel aan drie eindtoernooien en maakt hij een karrenvracht aan (belangrijke) doelpunten.

Igor De Camargo (2009 – 9)
Op zijn 17e streek een bescheiden, goedlachse Braziliaanse voetballer neer bij KRC Genk. De jonge De Camargo werkte zich geleidelijk aan op tot één van de betere aanvallers uit de Belgische competitie. Bij Standard Luik was hij een bepalende factor in de wonderjaren 2009 en 2010. Het leverde hem bovendien een knappe transfer naar de Bundesliga op. Al snel viel ook traditieclub Borussia Mönchengladbach in zwijm voor de Brazilobelg.

De liefde van De Camargo voor België bleek wederzijds. Aangezien de Goddelijke Kanaries te hoog gegrepen waren, zouden de Rode Duivels ook zijn enige kans op internationaal voetbal opleveren. Toen zijn naturalisatieproces voltooid was, mocht de kopbalsterke pivot in 2009 zijn debuut vieren. In de daaropvolgende jaren mocht De Camargo nog acht keer aantreden voor zijn tweede vaderland. Dat de huidige speler van KV Mechelen daarin nooit kon scoren, zal voor altijd een smetje op zijn palmares blijven.

Nacer Chadli (2011 – 57)
Een gelijkaardig verhaal aan dat van Fellaini, en weer zal de Marokkaanse bond zich wel even achter de oren gekrabd hebben. Na zijn sterke seizoensbegin bij FC Twente krijgt Chadli in november 2010 een selectiebrief in de bus vanuit Noord-Afrika. De vleugelaanvaller twijfelt even, maar gaat daar na enkele dagen beraad met plezier op in. In een oefenpot tegen Noord-Ierland verschijnt de Luikenaar zelfs aan de aftrap. Marokko wrijft zich in de handen met haar nieuwe goudhaantje.

Enkele dagen later barst echter een bom op training. Chadli krijgt het aan de stok met medespeler Houssine Kharja. Omdat die laatste ook de aanvoerdersband draagt, kiest de Marokkaanse bond resoluut zijn kant. Tot ongenoegen van Chadli, die briest dat hij nooit meer voor het land wil uitkomen. De KBVB is er als de kippen bij om die onvrede uit te buiten. In januari 2011, amper twee maanden na zijn interlanddebuut, mag Chadli zich Rode Duivel noemen. Na 57 caps zit hij nu aan zeven doelpunten.

Zakaria Bakkali (2013 – 2)
Marokkaanse saga nummer drie in een tijdsbestek van enkele jaren. Bij de jonge Duivels speelde Bakkali, geboren in Luik, met de regelmaat van de klok de pannen van het dak. Wanneer de dribbelkont ook in zijn wittebroodsweken bij PSV menig tegenstander dol draaide, maakten zowel de Belgische als de Marokkaanse bond van hem een prioriteit. Zijn eerste oproepingsbrief kwam uit het land van zijn vader, uitgerekend via coach … Eric Gerets.

De Leeuw haalde zijn slag echter niet thuis. Integendeel, Marc Wilmots slaagde er wél in om Bakkali te overhalen. In 2013 mocht de vleugelflitser een kwartier voor affluiten invallen in de WK-kwalificatiematch tegen Wales. Twee jaar later zouden daar nog eens elf minuten bijkomen in Andorra. Nadien ging de stekker uit zijn internationale carrière, omdat zijn clubavonturen volledig in het slop geraakten. Ook bij RSC Anderlecht vindt Bakkali zijn oude zelve niet meer terug.

Adnan Januzaj (2014 – 12)
Eind 2013 ligt de hele voetbalwereld aan de voeten van een achttienjarige diamant van Manchester United. Bij zijn eerste speelminuten voor The Red Devils is werkelijk iedereen ervan overtuigd: die Januzaj wordt een hele grote! Dat lijkt uitstekend nieuws voor die andere Rode Duivels, want als Brusselaar en ex-Anderlecht-youngster zou het enkel logisch zijn dat de fluwelen linkspoot voor een Belgische interlandcarrière gaat.

Er zijn echter kapers op de kust. Albanië, het net erkende Kosovo en zelfs Engeland claimen dat Januzaj zijn toekomst aan hen wil verbinden. Op 23 april 2014 brengt Wilmots het verlossende nieuws naar buiten: het groeibriljantje heeft voor ons land gekozen. Ondanks de schrapping van zijn eerste officiële duel (in een oefenpot met Luxemburg had Wilmots namelijk te veel gewisseld) zou die keuze niet meer veranderen. Jammer genoeg kon Januzaj nog niet voldoen aan de torenhoge verwachtingen.

Mile Svilar (?)
Eindigen doen we met een enigma. Nee, de jonge Svilar trad tot op heden nog niet aan voor de Rode Duivels en het is een open vraag of dat wel ooit zal gebeuren. Toch past de zoon van Antwerp-legende Ratko uitstekend in het lijstje, aangezien ook hij met de interesse van een ander land schermde, Servië meer bepaald. Hoewel Svilar recent inging op een uitnodiging voor de Belgische beloften, kan de doelman nog steeds opteren voor een Servische toekomst.

De voorbije jaren kwam de Antwerpenaar zelfs meerdere malen in het oog van de storm te staan. Zo was er een conflict met toenmalig U19-coach Gert Verheyen, die beweerde dat Svilar zijn telefoontjes weigerde te beantwoorden. Volgens vader Ratko had Verheyen echter nooit contact opgenomen … Niet veel later berichtte de Portugese pers (Svilar staat onder contract bij SL Benfica) dat zijn keuze definitief op Servië was gevallen. Die informatie lijkt inmiddels achterhaald, al weet je het in de voetballerij maar nooit.

*Tussen haakjes vind je het jaartal waarin de speler in kwestie zijn debuut maakte voor de Rode Duivels en het aantal caps dat hij in totaal verzamelde.

Check hieronder samenvattingen, voetbalvirals en meer:

Poll

Wie vind jij de beste Rode Duivel uit dit rijtje?

(72 stemmen)

Plaats een reactie

Bekijk het laatste nieuws