Hulp voor Sibierski bij Anderlecht: deel 2 over De Cat

Hulp voor Sibierski, deel 2: potentiële opvolgers voor vertrekkende (?) De Cat

Praat mee!

Een bouwwerf in Brussel, daar is Antoine Sibierski terechtgekomen. De sportief directeur van RSC Anderlecht staat een overvolle zomer te wachten, waarin hij de recordkampioen een nieuw gelaat moet geven. Neem dat gerust letterlijk, want op een heleboel posities is er nood aan vers bloed. Gelukkig steekt VoetbalPrimeur.be Sibierski een handje toe. In dit stuk: mogelijke opvolgers voor Nathan De Cat.

Als het Astridpark zich in 2025-2026 ergens aan opgewarmd heeft, dan wel aan de doorbraak van dat goudhaantje op het middenveld. Nathan De Cat ontwikkelde zich stormachtiger dan zelfs zijn grootste believers hadden durven dromen. In geen tijd groeide hij uit tot Anderlechts hoop in bange dagen. Daardoor hangt er nu een tweesnijdend zwaard boven de club: enerzijds zou iedereen De Cat dolgraag nog een seizoen aan de kar zien trekken, anderzijds is er de onweerstaanbare (?) lokroep van de jackpot. 

Als Anderlecht straks 25 miljoen euro of meer voorgeschoteld krijgt, is dat een welgekomen bedrag om de (vele) hiaten in de kern op te vullen. De verwachting is dan ook dat De Cat zijn laatste wedstrijd in paars-en-wit heeft afgewerkt. Ook voor Antoine Sibierski houdt zijn nakende vertrek tegenstrijdige gevolgen in: een dikkere portefeuille, maar ook een extra zoektocht dient zich aan. Wie moet De Cat namelijk opvolgen als verbindingsman tussen verdediging en aanval? 

Simon Ebonog (Le Havre)

Ook bij hem vallen meteen die lange stelten op. Net als De Cat is Ebonog in staat om tientallen meters te overbruggen met de bal aan de voet. Fysiek staat hij zo sterk dat hij zowat altijd mee oprukt wanneer zijn ploeg in de aanval is. Met zijn 21 jaar bezit de Kameroense Fransman nog progressiemarge.

Max Ejdum (Odense BK)

Niet helemaal hetzelfde type. Zo is Ejdum ten eerste linksvoetig en ten tweede iets meer spelmaker. Toch staat ook hij stevig op zijn benen, met zijn 1,84 meter. Tegenwoordig is Ejdum een vaste waarde bij de Deense beloften. Aantrekkelijk voor Anderlecht: volgens Transfermarkt moet hij op te halen zijn voor 2 miljoen euro.

Arthur Piedfort (KVC Westerlo)

Een soort kopie van De Cat uit de Jupiler Pro League. Dezelfde weerklank heeft zijn naam nog niet, maar ook voor Piedfort was 2025-2026 het seizoen van de doorbraak. Het opleidingsproduct van PSV groeide uit tot de belangrijkste schakel op het Westelse middenveld. Een transfer naar een Belgische topclub zou een logische volgende stap zijn.

Yassine Titraoui (Sporting Charleroi)

Nog eentje uit de vaderlandse competitie. Titraoui mag dan wel een stukje kleiner zijn dan De Cat, je hebt er als tegenstander evenveel last mee. De Algerijnse WK-ganger beschikt over een ijzersterk loopvermogen en steekt verschrikkelijk veel intensiteit in al zijn acties. Als Anderlecht wil doorduwen, zal het wel snel moeten zijn, want het buitenland lonkt.

Charles Vanhoutte (OGC Nice)

Zijn kennismaking met de Ligue 1 is uiteengevallen in twee delen. Bij zijn aankomst kreeg Vanhoutte meteen veel verantwoordelijkheid en vertrouwen, waardoor hij het middenveld naar zijn hand kon zetten. Hoe dieper Nice wegzakte in het klassement, hoe minder onze landgenoot in het stuk voorkwam. Als ex-Unionist ligt zijn transfer misschien een tikkeltje gevoeliger, maar waarom ook niet, als bijvoorbeeld Anouar Aït El Hadj het in omgekeerde richting doet? 

Aster Vranckx (Sassuolo/Wolfsburg)

Nog zo’n ietwat vergeten Belg uit de lagere regionen van een G5-competitie. Wordt het niet stilaan tijd voor Vranckx om terug te keren naar de heimat? Ook bij zijn uitleenbeurt aan Sassuolo deemsterde hij weg, na nochtans een prima start. Intussen is moederclub Wolfsburg uit de Bundesliga getuimeld. Slaat een Belgische club zijn slag? Aan de zijde van Nathan Saliba zou Vranckx een stevige tandem kunnen vormen.