
VP 11 van het Jaar, verdedigende middenvelder: brekers mét uitstekende voeten
De Jupiler Pro League nadert zijn ontknoping. Na 40 intense speeldagen heeft de competitie al haar geheimen prijsgegeven … op eentje na! Wie haalt namelijk de VP 11 van het Jaar? VoetbalPrimeur.be gaat per positie op zoek naar de grootste uitblinkers van dit seizoen in de JPL. In deze vijfde aflevering: de beste verdedigende middenvelder.
In de ‘VP 11 van het Jaar’ wordt per positie één speler geselecteerd. Dat gebeurt op basis van twee stemmingen: eentje binnen onze redactie en eentje door jullie, onze lezers. Elk van die stembeurten telt voor 50 procent. Wie in totaal het hoogst eindigt, haalt de VP11. Het elftal zal aantreden in een 4-3-3. Per positie komen hoogstens acht spelers in aanmerking.
Etienne Camara (Sporting Charleroi)
Zijn grootste aandachtspunt? Focus behouden en niet té nonchalant over het veld dartelen. Voor het overige heeft Camara alle kwaliteiten om gensters te slaan in een grotere competitie. Hij beschikt over het fysieke vermogen om veel ballen te heroveren en nadien over de kalmte en beheersing om het spel vlot te verleggen.
Fredrik Hammar (KV Mechelen)
Anno 2026 de publiekslieveling Achter De Kazerne. Die status heeft de Zweed vooral verdiend op basis van zijn strijdershart. Elke wedstrijd opnieuw recupereert hij een tiental keer het leer, door vol overgave en spijkerhard in duel te gaan. Met zijn uitstraling sleurt hij zijn ploeggenoten mee.
Dogucan Haspolat (KVC Westerlo)
Een heel ander type dan de meesten uit dit rijtje. Een indrukwekkend lijf kan Haspolat niet in de schaal werpen (1,77 meter), maar voetbal speel je toch vooral met de voeten. En het hoofd! In die laatste lichaamsdelen zit Haspolat met overschot. Daarnaast draagt hij met trots de eretitel van speler met de meest fabelachtige traptechniek op de Belgische velden.
Raphaël Onyedika (Club Brugge)
In de Play-Offs was hij zijn basisplek zowaar kwijt aan comeback kid Hugo Vetlesen. De verbazing die die keuze opwekte, is het beste bewijs van de stempel die Onyedika de laatste jarne op Club Brugge gedrukt heeft. En ja, af en toe kiest hij eens voor een snipperdag. Op de grote momenten is de Nigeriaan echter onverzettelijk.
Nathan-Dylan Saliba (RSC Anderlecht)
De meeste zomertransfers vielen tegen, maar de Canadese international deed daar niet aan mee. Geleidelijk aan heeft hij zich opgewerkt tot sleutelpion voor de Anderlecht-defensie. In eerste instantie doet hij daar dienst als breker, maar Saliba kan ook met de bal aan de voet oprukken om zo een man-meer-situatie te creëren.
Abdoulaye Sissako (Sint-Truiden)
Werkelijk niemand had een jaar geleden durven denken dat Sissako dit niveau nog zou aantikken. Bij KV Kortrijk leek het zelfs bergaf te gaan met zijn carrière. Wouter Vrancken blies hem echter nieuw leven in. Als controleur bleek Sissako een onmisbare schakel in het succes van STVV, met name door het evenwicht te bewaren in de rug van de lichtvoetige types.
Kamiel Van De Perre (Union Saint-Gilloise)
Het vacuüm dat Noah Sadiki achterliet, heeft hij vakkundig opgevuld. Nochtans doet Van De Perre dat niet helemaal op dezelfde wijze. De sterkte van het Genkse jeugdproduct ligt vooral in de balrecuperatie. Hij hijgt zijn tegenstander negentig minuten lang in de nek en deinst er niet voor terug om eens de botte bijl boven te halen.
In aflevering 41 van het tweede seizoen van Tijd voor Voetbal bespreekt men de demonstratie van Club Brugge tegen Union, een moeilijke week voor RSC Anderlecht en KRC Genk en de selectie van de Rode Duivels. Dat en nog veel meer in Tijd voor Voetbal.




