Champions League rapport Club Brugge

Club Brugge in de CL, het eindrapport: "Maakt van zijn verdediger een pannenkoek"

Update: 26 februari 2026 om 15:00
5Reacties

De Champions League-campagne van Club Brugge zit erop, maar Blauw-Zwart kan opnieuw terugblikken op een Europees avontuur dat een plaats verdient in de geschiedenisboeken. Tijd voor VoetbalPrimeur.be om de balans op te maken. Wie waren de grote uitblinkers in deze UEFA Champions League? Van wie mochten we meer verwachten? En wie stelde teleur? Je leest het allemaal in het Champions League-rapport van Club Brugge.

DOELMANNEN

Simon Mignolet - 7
Het zou best kunnen dat we naar de laatste Europese campagne van Mignolet in Brugse loondienst hebben gekeken, maar ook dit seizoen bewees hij dat hij nog altijd van groot belang kan zijn. In de voorrondes zette hij meteen de toon met een topwedstrijd op het veld van Red Bull Salzburg. In de League Phase stopte hij op de eerste speeldag een penalty van Monaco, maar kort daarna volgde een lange blessureperiode die zijn ritme brak.

Hij keerde terug voor de “do or die”-wedstrijd tegen Marseille en hield daar knap én cruciaal de nul. In de tussenronde tegen Atlético Madrid moest hij zich echter zeven keer omdraaien in twee wedstrijden: simpelweg te veel. Vooral het openingsdoelpunt in Madrid kan de doelman zichzelf aanwrijven. Vandaag is hij voor Club misschien zelfs nog belangrijker als ervaren leider en referentiepunt in de kleedkamer dan als pure shotstopper, al blijft hij — wanneer hij zijn topniveau haalt — nog altijd één van de beste, zo niet dé beste, doelman van het land.

Nordin Jackers - 6
Jackers stond dit seizoen voor het eerst aan de aftrap in de Champions League, in Atalanta. Daar kostte hij Club mogelijk punten door een onnodige strafschopfout. Tegen Bayern München kreeg hij er vier binnen, maar hield hij er minstens evenveel uit met degelijk keeperswerk waarmee hij erger voorkwam.

Tegen Barcelona en Sporting moest hij telkens drie goals incasseren, maar nooit was er sprake van een flagrante fout of een echte flater. Zijn Champions League-campagne is daardoor vrij eenvoudig samen te vatten: hij deed wat hij moest doen, zonder meer. Geen wereldreddingen, maar ook geen reuzegrote blunders.

Dani Van Den Heuvel - 6
Ook Van Den Heuvel kreeg dit seizoen Champions League-minuten, en dat in een pittige context: tegen het Engelse Arsenal. Club verloor in eigen huis kansloos met 0-3, maar de doelman viel weinig te verwijten. Zeker niet op het moment dat Noni Madueke die avond zijn duivels ontbond en uitpakte met een absolute wereldgoal. Voor Van Den Heuvel was het vooral een harde, maar waardevolle kennismaking met het allerhoogste niveau.

VERDEDIGERS

Kyriani Sabbe - 7
Aan inzet en werkethiek ontbreekt het Sabbe zelden. Als de situatie het toelaat, is hij vaak betrokken bij de aanvallende impulsen over zijn flank, om vervolgens onmiddellijk terug te keren naar zijn positie en zijn defensieve taak op te nemen. Tegen absolute toppers in deze campagne — denk aan Luis Díaz, Marcus Rashford of Gabriel Martinelli — kwam hij op snelheid en wendbaarheid vaak nog iets tekort. Maar Sabbe is nog altijd pas 21, en precies dit soort Champions League-ervaringen zijn de wedstrijden waar jonge verdedigers van groeien. Het potentieel is er, en deze campagne was voor hem opnieuw een goeie leerschool.

Hugo Siquet - 6
Siquet moest het in deze Champions League-campagne vooral doen met invalbeurten, al stond hij ook twee keer aan de aftrap. Op bezoek bij Sporting ging hij — net als de rest — mee ten onder in een complete offday. En tegen Arsenal had hij het bijzonder lastig met de snelheid en wendbaarheid van Gabriel Martinelli.

Tegelijk was er ook een opvallend positief moment: in München viel Siquet in aan de rust en speelde hij verrassend sterk. Hij stond zijn mannetje tegen Luis Díaz en wist hem grotendeels uit de wedstrijd te houden. Tot slot verdient zijn traptechniek een aparte vermelding. Bij voorzetten en hoekschoppen heeft Siquet een wapen waar verdedigers zich maar beter op voorbereiden wanneer hij aanlegt.

Brandon Mechele - 7,5
Ooit werd Mechele bij Club Brugge nog weggestuurd omdat hij “niet goed genoeg” zou zijn. Vandaag is dat haast ondenkbaar. Hij is een rots in de branding en stond ook op het allerhoogste niveau meestal zijn mannetje. In bijna elke match was hij de constante waarop Club kon rekenen: betrouwbaar, degelijk en moeilijk weg te denken uit de defensie.

Zijn minst sterke wedstrijd van de campagne was wellicht de terugmatch tegen Atlético Madrid. Daar had hij het moeilijk met Sorloth en was hij te betrappen op kleine schoonheidsfoutjes die we zelden van hem zien. Toch blijft het totaalplaatje indrukwekkend: Mechele was in deze campagne ook goed voor twee doelpunten en een assist, en speelde op amper twee minuten na alles in de veertien wedstrijden die Club in deze campagne afwerkte.

Joel Ordonez - 8
Waar begin je bij Ordonez? De Ecuadoriaan is nog altijd maar 21, maar voelt zich in de Champions League alsof hij er al jaren rondloopt. Het lijkt soms alsof het niveauverschil met zijn tegenstanders gewoon niet bestaat. Zelfs in de zware nederlaag in München was hij één van de weinigen die overeind bleef.

En dan zijn er natuurlijk die wedstrijden tegen Monaco en Marseille, waarin je je bijna afvraagt of de spitsen van die teams ondertussen al uit zijn achterzak zijn geraakt. Het is dan ook geen verrassing dat Club zijn goudhaantje in de winter niet wou laten gaan. In de zomer lonkt ongetwijfeld de jackpot. Ook offensief liet hij zich zien: hij zette tegen Atlético de belangrijke 1-1 op het bord, al bleek dat uiteindelijk niet voldoende om een plek in de volgende ronde af te dwingen.

Jorne Spileers - 6
Spileers speelde alle vier de Champions League-kwalificatieduels. Tegen Salzburg kende hij een moeilijke dubbele confrontatie, maar hij herpakte zich volledig in de dubbele afstraffing tegen Rangers. Op Ibrox kroonde hij zijn wedstrijd zelfs met een belangrijk doelpunt. Zijn meest opvallende moment kwam misschien wel later: zijn invalbeurt op het veld van Bayern München. In bijzonder lastige omstandigheden redde hij een zekere goal van Harry Kane en keerde hij ook nog een bal van Luis Díaz op de lijn. Verder moest Spileers zich vooral tevreden stellen met korte invalbeurten tegen Monaco, Sporting en Marseille.

Joaquin Seys - 7,5
Nog zo’n naam waar Club Brugge de komende tijd nog veel plezier aan zal beleven. Seys is van opleiding rechtsachter, maar komt bij Club vooral op links uit — zonder dat het hem zichtbaar stoort. Als een tegenstander hem ruimte geeft om zijn aanvallende impulsen te tonen, is hij ronduit levensgevaarlijk: drie doelpunten en drie assists in deze campagne zijn cijfers waar je als flankverdediger uitstekend mee kan thuiskomen. In de echte topwedstrijden kreeg hij vanzelfsprekend vaker verdedigende taken opgelegd, maar ook daarin bleef hij bijna altijd degelijk. Zelden grote fouten, ook niet op het grote toneel van de Champions League.

Bjorn Meijer - 6
Meijer moest zich dit seizoen vaak tevredenstellen met invalbeurten, en dat is — zeker met Seys als concurrent — ergens te verklaren. Meijer beschikt absoluut over potentieel, maar op Champions League-niveau komt hij soms nog nét wat tekort. Zo was er die moeilijke wedstrijd tegen Salzburg, waar hij aan de rust werd gewisseld, en zijn complete offday tegen Bayern München, waar hij volledig kopje-onder ging tegen Michael Olise. Wanneer Meijer wél de ruimte krijgt om offensief te spelen, ziet het verhaal er anders uit. Zijn infiltraties tot in de zestien zorgen geregeld voor gevaar en tonen waarom Club nog steeds veel in hem ziet.

MIDDENVELDERS

Raphael Onyedika - 8
Je zou het misschien niet meteen denken maar Onyedika is essentieel voor dit Club Brugge. Hij zorgt ervoor dat spelers rondom hem nog meer kunnen uitblinken: een buffer voor de verdediging die stevig kan dueleren én kan voetballen. Hij miste vier wedstrijden door een mix van blessure, schorsing en interlandverplichtingen, en het stond als een paal boven water dat Club zijn nummer zes toen miste.

Zijn beste match was — zoals bij velen — de wedstrijd tegen Monaco. Daar was Onyedika het middenveld, en het middenveld Onyedika. Hij scoorde zelfs ook nog. Enig aandachtspunt blijft dat zijn nonchalante stijl niet mag doorschuiven richting slordigheid. Club zal zijn beide handen kussen dat hij dit seizoen gebleven is, al lijkt ook bij hem een zomertransfer onafwendbaar.

Aleksandar Stankovic - 8,5
Eerlijk? Ook wij zijn verliefd op Stankovic. Wat deze 19-jarige op het veld legt, is niet normaal. Ongeacht de tegenstander vreet hij kilometers en werkt hij zich te pletter. Het absolute hoogtepunt van zijn Champions League-campagne was de manier waarop hij Club bij de hand nam in de “do or die”-match tegen Marseille: een doelpunt en twee assists, en zo de kwalificatie voor de tussenronde tegen Atlético Madrid. Stankovic strooit met lange ballen, infiltreert op het juiste moment en heeft een loeihard afstandsschot in de benen. Heel Jan Breydel zal treuren als hij inderdaad na één seizoen al vertrekt, want deze speler is een streling voor het oog.

Hans Vanaken - 9
Over Vanaken is alles zowat gezegd, en toch blijft hij verbazen. Hij speelde elke minuut in deze Champions League-campagne en was goed voor vier doelpunten en vier assists. “Hans Vanaken is magic” rolde op meerdere Europese avonden van de tribunes, en dat was niet eens overdreven. In de echte topduels moest hij vaker mee verdedigen — niet zijn natuurlijke habitat — maar zelfs dan blijft hij rustig aan de bal en zoekt hij oplossingen. Hij etaleerde meermaals zijn weergaloze niveau: denk aan de afstraffing tegen Rangers of de knalprestatie thuis tegen Monaco, waar hij het spel verdeelde alsof het zijn achtertuin was. Een streling voor het oog.

Lynnt Audoor - 5
Audoor kreeg op een ondankbaar moment zijn basisplaats: in München tegen Bayern. Dat bleek duidelijk nog te vroeg. Hij kon op dat tempo en niveau nog niet wedijveren en werd in de duels te makkelijk aan de kant gezet. De intentie was goed, en het is hem moeilijk kwalijk te nemen dat dit Champions League-niveau nog net te hoog is. Hij kreeg daarnaast nog twee korte invalbeurten tegen Monaco en Barcelona, die vooral ervaring opleverden.

Ludovit Reis - 5
Voor Reis was het een moeilijke Europese campagne. Mede door een schouderblessure kwam hij in de Champions League enkel in actie in de kwalificaties tegen Salzburg en Rangers, maar ook daar kon hij niet overtuigen. Hij leed te vaak onnodig balverlies, wist zich moeilijk te onderscheiden op het middenveld en speelde geregeld een onzichtbare partij. Werk aan de winkel als hij volgend seizoen meer wil betekenen op dit niveau.

Cisse Sandra - 6
Sandra mocht eveneens proeven van Champions League-voetbal, maar zijn basisplaats op Atalanta zal hij niet snel vergeten. Hij werkte hard, maar ging pijnlijk in de fout met een slechte bal die tot een strafschop en puntenverlies leidde. Verder kreeg hij nog twee korte invalbeurten tegen Bayern München en Kairat, toen de matchen al beslist waren. In die minuten viel hij verder niet meer opvallend op, positief noch negatief.

Hugo Vetlesen - 7
Vetlesen zou bij veel ploegen een absolute versterking zijn, maar bij Club is hij vaak invaller — niet zozeer door zijn kwaliteit, maar door de concurrentie. In het eerste deel van het seizoen werd hij, onder Hayen, vaak op rechts uitgespeeld (zoals in Salzburg), wat hem duidelijk minder lag. Onder Leko staat hij opnieuw vaker op zijn natuurlijke middenveldpositie en dat komt hem ten goede. Zijn vinnigheid, energie en infiltraties zijn een meerwaarde wanneer hij invalt. En toch is er een minpunt: die infiltraties leveren te weinig op. In de laatste match tegen Atlético had er bijvoorbeeld zeker een bal in doel gemogen.

AANVALLERS

Romeo Vermant - 7,5
Vermant is één van de redenen waarom Club überhaupt in de League Phase kon aantreden. In Salzburg maakte hij een cruciale 0-1, en tegen Rangers zette hij Club op weg met een prachtige lob. Ook in de league phase was hij nog twee keer trefzeker: tegen Kairat en vooral met de enorm belangrijke 2-0 thuis tegen Marseille.

Zijn niveau is niet altijd constant — zelfs in wedstrijden waarin hij scoort, zoals Salzburg of Kairat, speelde hij eigenlijk geen topmatch — maar zijn werkethiek en spitseninstinct belonen hem dan toch met belangrijke doelpunten. Hij wisselt de spitspositie bovendien vaak af met Tresoldi, wat het ritme niet altijd bevordert. Hoe dan ook: een spits waar weinig verdedigers graag tegen spelen.

Christos Tzolis - 6,5
Voor nieuwjaar was Tzolis dé man bij Club. De motor van het aanvalsspel en bijna betrokken bij alles wat Blauw-Zwart creëerde. In de kwalificatie was hij meteen goed voor een doelpunt en vier assists, waarmee hij Club mee de league phase in trok. Daarna verliep het moeizamer. In de echte topwedstrijden moest hij vaker verdedigend denken, wat zijn kwaliteiten afremt. Een rugblessure, ziekte en het missen van de Gouden Schoen zorgden bovendien voor een mentale tik, en dat was na nieuwjaar zichtbaar op het veld.

Tegen Marseille kreeg hij nog twintig minuten, tegen Atlético was hij in de heenmatch lang onzichtbaar maar zorgde hij uiteindelijk wel nog voor de 3-3. In Madrid waren opnieuw flitsen te zien van de Tzolis die je wil zien. Als hij stilaan terug richting zijn beste niveau groeit, heeft Club opnieuw een absolute gamechanger.

Nicolo Tresoldi - 8
Tresoldi kreeg zijn eerste basisplaats thuis tegen Rangers en bedankte meteen met een doelpunt en een assist. Hij blijkt sowieso een man van belangrijke momenten: de 1-1 tegen Monaco, de 1-0 thuis tegen Barcelona en de 2-2 tegen Atlético zijn voorbeelden die kunnen tellen. Ook in matchen waarin Club geen resultaat haalde, liet hij zich vaak positief zien.

In München had hij een ondankbare taak, maar hij vocht als een leeuw, hield ballen bij en lokte fouten uit. In Atalanta zagen we hetzelfde: hard werken en teamspel in functie van het opschuiven. Met zijn 21 jaar heeft hij nog groeimarge, maar het potentieel is onmiskenbaar.

Carlos Forbs - 8
Bericht aan Ajax-fans: volgend stukje tekst kan pijnlijk worden. Forbs debuteerde thuis tegen Salzburg en dat was meteen een statement: pijlsnel, vinnig, bedrijvig en beloond met een doelpunt dat naar meer smaakte. En dat “meer” kwam er ook. Hij was een gesel voor quasi elke defensie die hij tegenkwam — vraag dat maar aan Barcelona, waar hij de verdediging op een hoopje liep en goed was voor een assist en twee goals tegen sterren van de Blaugrana.

Of zoals Aster Nzeyimana het tegen Atlético verwoordde: “Hij maakt van zijn verdediger een pannenkoek.” Natuurlijk kende hij ook mindere avonden, zoals in München of zelfs bij Kairat. Maar toch: drie Champions League-goals — meer dan hij ooit bij Ajax in totaal maakte. De vraag is simpel: zouden ze in Amsterdam al spijt hebben?

Mamadou Diakhon - 7
Diakhon had duidelijk tijd nodig om zich aan te passen. Het duurde tot Kairat Almaty voor hij eens in de basis stond, maar die wedstrijd voelde als een kantelpunt: hij was misschien wel de gevaarlijkste Bruggeling en leverde een assist. Ook tegen Marseille en in de heenmatch tegen Atlético startte hij, en hij trok die lijn door. Tegen Marseille (met een gelukje) goed voor het vroege openingsdoelpunt, tegen Atlético leverde hij de assist op de 2-2 van Tresoldi. Eerder had hij als invaller tegen Monaco ook al de 4-1 gemaakt. Op zijn beste niveau lijkt Diakhon een serieuze versterking voor Leko.

Gustaf Nilsson - /
Je zou het bijna vergeten, maar Nilsson zit nog steeds bij Club. In de kwalificatie tegen Rangers kreeg hij een half uur, en in de laatste wedstrijd op Atlético nog acht minuten. Voor de rest bleef hij op de bank.

Shandre Campbell - /
Campbell kreeg beperkte minuten, maar mocht wel proeven van het niveau tegen Atalanta, Kairat en Atlético. Nog wat onbezonnen om al structureel meer te claimen, maar dit soort ervaringen kunnen enkel helpen voor zijn ontwikkeling.

In aflevering 30 van het tweede seizoen van Tijd voor Voetbal bespreekt men de zoveelste comeback van STVV, de winst van Standard tegen KRC Genk en ook heel wat over Club Brugge. Dat en nog veel meer in Tijd voor Voetbal.



Champions League rapport Club Brugge